Eenzaamheid en ongemakkelijkheid

Eenzaamheid en ongemakkelijkheid

Zoals gewoonlijk,
op dinsdag om 11u,
komt Toon mijn bureau binnen.

De voorbije vijf weken zag ik hem niet.
Ik ben op reis geweest
met mijn man en mijn dochter.

Heb je een fijn verlof gehad?

, vraagt hij,
met een blik die me doet voelen
dat het niet alleen beleefdheid is
die hem die vraag doet stellen,
maar ook een pijnlijke nieuwsgierigheid.
Een nieuwsgierigheid die ontstaat uit
iets niet te kennen
of niet te hebben
waar je naar verlangt.

Bijna als een kind
in een weeshuis
dat zich afvraagt
hoe het is
om ouders te hebben.

Ik beslis om
met weinig woorden
te antwoorden.

Ja, bedankt,

zeg ik.
Vervolgens vraag ik hem
hoe de afgelopen periode
voor hem geweest is.
Hij weet niet goed wat te vertellen.

Er is, zoals gewoonlijk, weinig te vertellen.
Hij was laat opgestaan,
had ontbeten,
had zich overdag bezig gehouden,
had gekookt en gegeten,
had nog enkele uren tv gekeken
en was gaan slapen.
Allemaal alleen.

Hij had zich voorgenomen
om een oude vriend
met wie hij contact verloren was
eens op te bellen,
maar dat was hem niet gelukt.
Hij was bang
dat zijn vriend niet zou opnemen.

Eigenlijk ben je de eerste die ik in vijf weken zie,

vermeldt hij ineens.
Onmiddellijk daarna
wendt hij zijn blik van me af
en staart hij naar de tegels op de vloer.
Alsof er woorden uit zijn mond zijn geglipt
die niet bedoeld waren om te delen.

Ik voel wat onrust in mijn maag.
Als therapeut
is het doorgaans fijn
om van betekenis te mogen zijn,
maar zoveel betekenis krijgen,
dat maakt mij ongemakkelijk.

Die positie wil ik afstaan
aan iemand die meer kan bieden.

Terwijl ik de ongemakkelijkheid voel
en met de ring aan mijn linkerhand friemel,
schiet mijn ring, onbedoeld,
van mijn vinger.
Hij valt op de grond
en rolt met een licht gerinkel
over de grijze tegels.
Pas enkele centimeters verderop
komt hij tot stilstand.

Toon en ik staren er allebei even naar.

Ik probeer nog even te hopen
dat het niet duidelijk zou zijn
dat het een trouwring is,
maar de toenemende onrust in mijn maag,
maakt me duidelijk
dat ik Toon niet kan beschermen
van de realiteit
dat zijn leven
uiterst leeg en eenzaam is.

En dat het leven anders kan.
Of toch voor anderen, zoals ik,
anders kan,
maar ik ben niet in een weeshuis opgegroeid.

Na enkele seconden,
breekt Toon de stilte
en zegt zachtjes:

Die kun je beter niet kwijt raken.

Uit zijn zachte, maar ook warme stem,
leid ik af dat hij zich
minder ongemakkelijk voelt dan ik.

Hij is het gewoon om te leven
in de totale eenzaamheid.
Voor zover
je daar gewoon aan kunt worden.

Toch verdwijnt
mijn ongemakkelijkheid niet.
Misschien vraagt zoveel lijden
wel om ongemakkelijkheid.

Nee, die wil ik liever niet kwijt raken,

antwoord ik,
terwijl ik me voorneem
om ’s avonds
mijn man en dochter
nog eens goed vast te pakken.


Gianina Frediani is klinisch psycholoog, relatie- en gezinspsychotherapeut en gecertificeerd EFT-therapeut. Ze heeft daarnaast ook een specialisatie opleiding gevolgd in existentiële psychotherapie. Ze is als clinicus werkzaam binnen Praxis P (het praktijkcentrum van de KU Leuven) en werkt daarnaast ook aan de KU Leuven aan een doctoraat rond existentiële empathie.

Koppels kunnen bij haar terecht op afspraak in Praxis P in Leuven.