En toen stopte ik met zeggen dat ik haar mooi vind

En toen stopte ik
met haar te zeggen dat ik haar mooi vind,

vertelt hij me tijdens het eerste gesprek
wanneer we stilstaan bij hoe ze elkaar verloren.

Wat gebeurde er met jou, Emma,
toen Ben stopte met je te vertellen
hoe hij naar je kijkt?

vraag ik haar.

Toen werd het een leger in mijn hoofd,

antwoordt ze, zonder te moeten nadenken.

Een leger,

herhaal ik,
terwijl ik het woord laat bezinken.

Ja, een leger.
Een leger aan stemmen
die me zeggen dat ik lelijk ben,
dat ik geen goede moeder ben,
dat ik tekort schiet,…

Ze slaat haar ogen omlaag
en haar armen om zich heen.
En ineens valt het me op
hoe fragiel ze lijkt
onder haar stijlvol mantelpak.

Daarvoor was het dan anders?

vraag ik nieuwsgierig naar het verschil.

Daarvoor waren de stemmen niet zo luid,

antwoordt ze,
nog steeds met haar blik op de vloer gericht.

Ik bedenk me dat Ben waarschijnlijk niet weet
dat hij de intensiteit van de stemmen kan verzachten.

Zo leek het niet,

bevestigt Ben mijn vermoeden.

Het leek alsof er niets binnen kwam.
Integendeel, het gleed allemaal van haar af,

zegt hij op een toon die niet noodzakelijk boos klinkt.
Hij lijkt te gelaten om boos te zijn.

Alsof jouw stem geen impact had?

vraag ik.
Ben knikt.

Ondertussen denk ik na
over hoe ik verder wil met het gesprek.
Misschien vraag ik Emma iets over
waar die kritische stemmen vandaan komen.
Maar terwijl ik daarover nadenk,
kruist mijn blik de machteloze blik van Ben.
En dan beslis ik dat ik vandaag misschien
iets anders te doen heb in dit gesprek.

Het leek alsof jouw woorden
niet binnen kwamen bij Emma,
terwijl jij, Emma, nu vertelt over
hoe het een leger werd in je hoofd
toen Ben stopte met spreken?

probeer ik Emma aan te moedigen
om meer te vertellen
over de impact die Ben had.

Emma schiet vol tranen.

Ja… het is ondraaglijk geworden in mijn hoofd
sinds Ben zo stil is,

huilt ze.

Ben’s stilvallen maakte het ondraaglijk luid in je hoofd,

reflecteer ik,
waarna ik het even stil laat.

Zijn impact op jou is zo groot,

voeg ik er na enkele seconden aan toe
terwijl ik afwissel tussen
naar Ben en naar Emma kijken.

Ben kijkt naar zijn sneakers,
niet onaandachtig, niet afwezig,
maar wel verward.
Ik vraag of hij de verwarring woorden kan geven
als hij mij hoort zeggen
dat zijn impact op Emma groot is.

Maar je gaf nooit, nooit een kik als ik iets zei?

wendt hij zich rechtstreeks tot Emma.

Nee… Dat klopt…

antwoordt ze.

Dat klopt…

herhaalt ze,
met spijt in haar ogen.

Omdat… ik het zelf niet geloof…

Het lijkt alsof Emma nog iets wil toevoegen,
maar ze valt stil.

Omdat je het zelf niet gelooft…

herhaal ik voorzichtig.

Zelf niet gelooft dat…

Dat het kan dat hij me mooi of goed vindt,

vult ze aan.
Ondertussen staart ze naar de grond.
Iets ontvangen dat je zelf niet gelooft
is inderdaad moeilijk,
denk ik bij mezelf,
terwijl ik ondertussen het verdriet en de zwaarte
begin te voelen die Emma met zich mee draagt.

Wat vertel je jezelf op zulke momenten?

probeer ik nog net iets meer zicht te krijgen
op haar binnenwereld
en haar nog even in het moment te houden.

Dat hij het zegt omdat hij denkt dat ik dat wil horen.
Niet omdat hij echt zo naar me kijkt.

Dat het te mooi is om waar te zijn?

toets ik af.

Ja… Dat dat gewoon niet kan.
Dat iemand zo naar me kijkt.

Ze zegt het op een besliste toon.
Zoals het waarschijnlijk in haar hoofd klinkt,
beslist,
beslist dat het niet kan
dat iemand met warme ogen naar haar kijkt.
Terwijl ze dat tegelijkertijd heel erg verlangt,
denk ik bij mezelf.

Terwijl je het wel verlangt?

probeer ik het verlangen in de kamer te brengen
en naast de beslistheid te zetten.

Ja, natuurlijk…
Er is niets dat ik liever wil,
dan hem te geloven,

antwoordt ze,
nu met iets wanhopig in haar stem.
De wanhoop van het verlangen,
dat lijdt onder de beslistheid.

In mijn innerlijke dialoog
begin ik na te denken over
hoe ik straks de brug terug naar Ben wil maken,
die regelmatig naar Emma kijkt terwijl ze vertelt.

Je wil niets liever dan Ben geloven,
geloven dat hij je mooi en goed vindt,
maar Ben viel een tijd geleden stil…

moedig ik haar aan te vertellen
over hoe het was voor haar om
iets te verlangen dat ineens
nog onbereikbaarder werd.

En dan kreeg ik de bevestiging.
Dat hij me inderdaad niet mooi vindt,
geen goede moeder vindt,
geen toffe persoon vindt,…

Er rollen terug tranen over haar wangen.

Ik voel haar pijn.
De pijn van bevestigd te worden
in hetgeen ze vreesde,
terwijl ze,
misschien onbewust en onzichtbaar,
het omgekeerde is blijven hopen.

Alsof er daarvoor misschien een sprankel hoop was?

vraag ik haar,
met het idee dat deze vraag
me misschien de brug kan helpen maken
naar Ben die nog steeds aandachtig luistert.

Ja, misschien wel…
Misschien,
misschien zei hij het toch omdat hij het meende…

antwoordt ze aarzelend.

Ondanks alle luide stemmen in je hoofd,
geloven dat het waar zou kunnen zijn,
dat iemand je mooi vindt,
is dat de kracht die Ben had?

vraag ik,
zelf ontroerd,
door de richting die het gesprek uitgaat.

Ja, eigenlijk wel.

Ze kijkt zelf spontaan naar Ben,
alsof ze wil weten of hij haar gehoord heeft.

Misschien kun je het hem zelf vertellen, Emma

ondersteun ik haar spontane toenaderingspoging.
Waarna ze hem vertelt
dat zijn woorden de kracht hadden
om haar,
voor het eerst in haar leven,
te doen durven geloven
dat iemand met warme ogen naar haar kijkt.


Gianina Frediani

Item image

Gianina Frediani is Klinisch Psycholoog, Relatie- en Gezinspsychotherapeut en gecertificeerd EFT-therapeut. Ze is werkzaam in de groepspraktijk Huis voor Relatietherapie in Mechelen, die zich specialiseert in het werken met koppels volgens het EFT-model. Daarnaast werkt ze ook binnen een Centrum Geestelijke Gezondheidszorg waar ze koppels, gezinnen en individuen begeleidt. Ten slotte is ze ook verbonden als onderzoeker aan de KU Leuven, binnen de groep Meaning & Existence, waar ze onderzoek doet naar existentiële empathie.

Koppels kunnen op vrijdagen bij Gianina terecht in de praktijk Huis voor Relatietherapie.

EFT opleidingslevel : Gecertificeerd

Share Button

Comments are closed.